maandag 2 november 2009

Koeien!

Tijm wordt steeds groter en gaat dus ook steeds meer zeggen. Na zijn familie, lievelingspeelgoed en voedsel komt de dierenwereld aan de beurt. Gestimuleerd door alle boekjes met dierenplaatjes? Of is het echte liefde?

Hoe dan ook, we oefenen vaak en hij kent er steeds meer. Maar absolute favoriet blijft het eerste beest wat hij kon zeggen, de koe. Is het vanwege de makkelijk uit te spreken naam? Of het scherpe profiel met de zwart witte vlekken? Misschien, maar zeker heeft de vakantie in Friesland op een cruciaal moment in zijn taalontwikkeling een rol gespeeld. Daar stond het vol met koeien. Waar hij door alle bezoekende familieleden op werd gewezen: ‘Kijk Tijm, een koe!’ Als hij dan enthousiast ‘Koeien!’ scandeerde boekte hij altijd groot succes. Vaak zaten we in de auto en hoorden we opeens vanaf de achterbank: ‘Koeien!’ Soms zag je ze niet meteen, maar altijd was er ergens in de verte, drie weilanden verderop, wel een klein zwart-wit stipje te zien!

Maar ergens was toch wat mis gegaan. Elke keer als hij een koe zag begon hij, na eerst hard ‘Koeien!’ te hebben geroepen, te knorren. Dat een koe loeit en niet knort wilde er bij hem echt niet in. Pas na veel ge-boe van ons en het aanschaffen van zo’n schuddoosje met loei geluiden begon hij het langzaam door te krijgen. Nu loeit hij als de beste.

Wat erg verwarrend is bij het leren van dierengeluiden is dat dierengeluiden niet universeel blijken te zijn. Een Nederlandse koe zegt ‘boe’, een Engelse zegt ‘mooh’. Dat gaat nog, maar een Engelse kip zegt ‘cluck’ in plaats van ‘tok’. De Engelse kikker spant de kroon, deze zegt geen ‘kwak’ maar ‘ribbit’. Logisch dat die arme jongen het niet helemaal begrijpt!

Af en toe dwaalt zijn liefde af naar andere dieren. Zo waren een tijdje schapen populair. Deze noemt hij ‘shaap’, een soort kruising tussen het Engelse ‘sheep’ en het Nederlandse ‘schaap’. Na een bezoek aan de dierentuin flirtte hij een tijdje met meer exotisch gedierte als leeuwen, olifanten en krokodillen. En met de kinderboerderij werd ook het assortiment aan boerderij dieren aangevuld. Ze correct aanwijzen op verzoek kan hij prachtig, maar zelf benoemen gaat niet altijd even soepel. Leeuwen en tijgers heten allemaal ‘whaaah’. De hond heet ‘waf’. De krokodil en de papagaai komen er met respectievelijk ‘koko’ en ‘papaaia’ beter af. Omdat hij er zo trots bij kijkt kun je niet anders dan hem een pluimpje geven. Maar op al deze beesten raakte hij toch al snel weer uitgekeken. En steeds kwam de koe weer op nummer één.

Maar nu is zijn liefde voor koeien een beetje bekoeld. Aan het einde van de straat waar ons nieuwe huis staat is een weiland waar koeien grazen. Blij trekken we erheen, ‘Tijm, kom, we gaan koeien kijken’. Tijm, helemaal enthousiast, rent mee naar de wei, luidkeels ‘Koeien, koeien!’ roepend. We hebben geluk, de koeien staan aan onze kant van het weiland. Nog nooit heeft hij ze van zo dichtbij gezien. Hij sprint naar het hek. Een nieuwsgierige koe kuiert zijn kant op, wat is dat voor luidruchtig wezentje? Een erg groot beest naast zo’n klein mannetje. Tijm draait zich om en rent brullend mijn armen in. ‘Koeien...’ bibbert hij in mijn nek. Samen blijven we nog even kijken. Maar de bravoure is weg.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen